POENTJAK
Dit is een vooruitgeschoven post – in het Engels: forward operating base (FOB) – die ook wel als patrouillebasis wordt aangeduid.
De ligging is op ± 12 km ten noordoosten van Kamp Holland in Tarin Kowt, aan het begin van de roemruchte Baluchi- of Dorufshan-vallei. Daar is traditioneel de Taliban geconcentreerd. Het dal verbindt de districten Tarin Kowt en Chora in de provincie Uruzgan. In het kader van de inktvlekstrategie is de post in december 2006 opgezet om permanent in het Nederlandse gebied van verantwoordelijkheid aanwezig te zijn ten einde de veiligheid van de bevolking beter te kunnen waarborgen.
De post ligt op een rotsplateau middenin een uitgebreide vlakte in de nabijheid van het oord Sorkh Morghab, dat op een hoogte van 1.435 meter ligt. Vanaf de FOB kan met verrekijkers de ingang van de vallei onder permanente waarneming worden gehouden.

De ligging van Kamp Poentjak en soldaten in de weer met het plaatsen van hesco's
De FOB is opgezet volgens het principe van de qala: de traditionele, ommuurde Pashtun-hoeve met meerdere, eveneens lemen woonverblijven. Ter versterking van de qala zijn wallen van zandzakken, hesco’s (zie hierboven) en containers geplaatst én schutterstellingen gecreëerd. De multifunctionele qala wordt ‘Afghan House’ genoemd en heeft een grote ontvangstruimte waar de Uruzganen thee en fruit krijgen en hun wensen en grieven kenbaar kunnen maken.
De post is onafgebroken bezet door een Nederlands infanteriepeloton, dat per toerbeurt wisselt, én militairen van de Afghan National Army (ANA).
De militairen van de rotatie van de Battle Group van de Task Force Uruzgan-2, afkomstig van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, hebben de FOB vernoemd naar de buitenpost Poentjak op West-Java, gevestigd in 1947.
Het 3de bataljon van de Koninklijke Nederlandse Brigade ‘Prinses Irene’ werd in november 1946 in Tandjoeng Priok ontscheept in het kader van haar bijdrage aan de onafhankelijkheidsoorlog in Nederlands-Indië. Het bataljon onder leiding van luitenant-kolonel S.L.F. de Hartogh werd onmiddellijk naar het gebied van de Poentjak-pas overgebracht om een deel van de konvooiweg van Batavia naar Bandoeng – in de sector tussen Poentjak en Tjiawi – én een strook van 5 km ter weerszijden te beschermen. Het bataljon werd toegevoegd aan het OVW-bataljon 1-4 Regiment Infanterie die in het vak van de W-Brigade was ontplooid.
De Poentjak-pas op West-Java, waar de weg steil omhoog liep, was destijds een beruchte plaats voor een hinderlaag. Het is dan ook niet zo vreemd dat het bataljon ook dáár een vooruitgeschoven post bezette…

(bron: Boekje Pienter)